Resonantie houdt in dat een trillend voorwerp ervoor kan zorgen dat een ander voorwerp gaat meetrillen. Dit gebeurt wanneer een trillend voorwerp dezelfde frequentie(s) heeft als een van de eigenfrequenties van het nog niet trillende voorwerp. Er kan ook resonantie ontstaan door op een voorwerp te slaan met bijvoorbeeld een stok, een goed voorbeeld hiervan is een bel. Als je erop slaat ontstaan eigenlijk alle frequenties van het voorwerp, de meesten doven vrij snel uit, alleen de eigen frequenties zullen gaan resoneren en blijven dus langer hoorbaar.
De eigenfrequenties van een voorwerp zijn afhankelijk van de massa en de stijfheid van het materiaal waar het voorwerp van is gemaakt. Meestal gaat als de massa groter wordt de eigenfrequentie van een voorwerp omlaag. Als de stijfheid groter wordt, gaat de eigenfrequentie omhoog.
In een een-dimensionaal massa-veersysteem (waarbij de massa van de veer 0 is, en er geen wrijving is), kun je de eigenfrequentie uitrekenen: ω = √(k / m). Hierin is ω de eigenfrequentie, K de veerconstante en m de massa van het gewicht in het massa-veersysteem. In theorie kun je zo de resonantie in een eendimensionaal systeem kunnen uitrekenen. In de praktijk is dit echter nooit perfect toepasbaar, omdat de massa van de veer niet 0 is en er altijd sprake is van wrijving.