Tussen de saxofoon en de trompet zijn gigantische verschillen qua bouw en het maken van geluid. Zo is de buis van een saxofoon conisch en wordt het geluid door het trillen van een stuk riet gemaakt terwijl de trompet een buis van constante diameter heeft die aan het uiteinde kegelvormig uitloopt en het geluid wordt gemaakt door de trillingen van je lippen tegen het mondstuk. De klankkleur van beide instrumenten is dan ook totaal anders.
Als je de geluidsgolven nader gaat bekijken zie je ook meteen dat de golf van een saxofoon totaal anders is dan die van een trompet.
![]() | Saxofoon |
![]() | Trompet |
De golf van een trompet is veel onregelmatiger dan die van een saxofoon. Een saxofoon heeft in elke periode van de sinusoïde twee pieken zitten, de trompet heeft er 4, of zes als je de twee kleine pieken meetelt. Deze pieken moeten door de boventonen van het instrument komen, maar ze vervormen de standaard sinus op een totaal andere manier dan de saxofoon dit doet.
Bekijk je de Fourieranalyses nader, dan valt op dat de trompet, net als de blokfluit, in de lagere frequenties géén boventonen heeft, terwijl dit bij de saxofoon wel het geval is. De overige boventonen zijn bijna hetzelfde. De trompet heeft echter tussen A6 en E7 nog C#7 zitten, deze is bij de saxofoon afwezig. De sterkte van de boventonen is ook hier totaal verschillend. Bij de trompet zijn de eerste twee boventonen A5 en E6 vreemd genoeg sterker dan de grondtoon A4. E6 is zelfs de sterkst aanwezige frequentie! De boventonen hoger dan E6 nemen af in sterkte. De saxofoon heeft als sterkste piek de grondtoon A4. De eerstvolgende boventoon is een stuk zwakker, zwakker zelfs dan de twee boventonen die daarna komen. De boventonen hoger dan E6 nemen net als bij de trompet af in sterkte. De frequenties tussen de boventonen zijn bij de trompet net als bij de blokfluit duidelijk zwakker aanwezig dan die bij de saxofoon. Wat ook opvalt is vooral de grondtoon en de eerste twee boventonen van de trompet een stuk breder zijn dan die van de saxofoon, dit betekent dat er meer frequenties aan die boventonen meedoen.