Materialen en bouw
Ook de piano bestaat voor een groot deel uit hout en snaren, maar is toch heel anders dan de gitaar. Het valt natuurlijk meteen op dat de piano geen hals heeft waarop je snaren kan aanraken. Een piano heeft toetsen. Als iemand zo'n toets aan raakt slaat een klein hamertje in de piano op de snaar die bij die toets hoort. Die snaar heeft, als de piano goed gestemd is, een zodanige lengte, dikte en spanning dat de grondtoon van die snaar hetzelfde is als de toon die je wil spelen op de piano. Zo is er voor elke toets op de piano een of soms zelf meerdere snaren gespannen. Andere snaren in de piano gaan soms resoneren omdat zijn boventonen zijn voor de aangeslagen toon. Dat heeft een invloed op de klankkleur omdat hierdoor bepaalde boventonen duidelijker worden.
Manier van ontstaan van de geluidsgolf
Er ontstaat een geluid doordat een van de hamertje op een of meerdere snaren slaat. Als je een toets harder in drukt, slaat het hamertje ook harder op de snaar, en is de toon dus ook harder.
Manier van versterken van het geluid
De snaren zijn gemonteerd aan een zogenaamde zangbodem. Deze bestaat uit een aantal op elkaar gelijmde dunne laagjes dennenhout. De zangbodem gaat meetrillen met de snaren. Zo gaat ook de rest van de houten kast van de piano een beetje vibreren, en ontstaat er een effect dat vergelijkbaar is met de klankkast van een akoestische gitaar.