Distrortion/overdrive
De distortion, het geluid dat alle metal- en rockbands tegenwoordig gebruiken, klinkt erg ruig. Maar op welke manier wordt de sinusoïde van de gitaar gemanipuleerd om dit effect te bereiken? Als we alleen naar de golven kijken uit onze metingen zie je dat het distortion effect bijna een blokgolf is met een aantal rare punten erin. De originele sinusoïde die van de "clean" gitaar afkwam is niet meer terug te vinden in de vernieuwde golf. In de fourieranalyse herken je er echter wel nog iets van. Er zijn pieken bij dezelfde frequenties. Dat is logisch want het is dezelfde toon.
Maar het lijkt er ook op dat er een soort witte ruis aanwezig is (een geluid waarbij alle frequenties evenveel aanwezig zijn) en alle pieken die we zien, zijn een stuk sterker. Om dat te snappen moeten we eerst even kijken wat een distortion effect met het geluid doet.
Wat de elektronica in een distortion effect eigenlijk doet is dat het de pieken van de originele sinusoïde eraf hakt. Hij versterkt de toon eerst, en dan stuurt hij deze door een elektronische schakeling die maar een bepaalde maximaal voltage doorgeeft. Als de pieken dus te hoog zijn geeft deze gewoon het maximale voltage dat erdoorheen "past" door. Daardoor ontstaat een golf zoals in de afbeelding hiernaast.
Dat is een basis distortion effect. Er zijn echter veel verschillende variaties van. Als je het eerst meer versterkt krijg je natuurlijk een nog meer afgehakte golf, en andersom. Ook is het mogelijk om de golf nog meer op een blokgolf te laten lijken.
Flanger
De sinusoïde van de flanger is, net zoals het geluid zelf, niet erg constant. Het klinkt een beetje als een wah-wah. De golf lijkt een beetje op een gewone sinusgolf, met een sinus met een kleine frequentie en amplitude erdoorheen. De amplitude van deze kleine golf lijkt te veranderen. Als je het vergelijkt met de gewone Clean sinusoïde van de gitaar, lijkt het alsof die kleine golf is toegevoegd.
De fourieranalyse laat ons echter zien dat dit niet zo is. Deze was er al bij de gitaar, hij wordt door de flanger alleen versterkt en weer verzwakt. En dat doet het effect blijkbaar met bijna alle boventonen. Dit is goed te zien in het bewegende plaatje van het flanger effect.

Nu zul je misschien denken: net een distortion effect, die versterkt ook boventonen. Maar er zijn wel grote verschillen. Bij de distortion was er ten eerste zeer sterk witte ruis aanwezig en werden de pieken ook veel meer versterkt. Ook werden ze bij distortion constant versterkt. Hier is dat niet het geval, de versterking veranderd voortdurend.
Phaser
Nadat we de fourieranalyse van de phaser bekeken, begonnen we met het "lage" signaal. Toen we deze bekeken dachten we dat de gitaar ontstemt was toen we hem opnamen. De grondtoon was een G2. Dat is maar liefst een hele toon lager dan de bedoelde A2. Maar toen we daarna naar de "hoge" fourieranalyse gingen kijken, was de eerste piek wel gewoon een A2, en de tweede piek een A3. Ook de sinusoïde van de golf gaf niet erg duidelijk weer wat er nu precies gebeurde. Daarom hebben we besloten bij dit effect nog een derde analyse uit te voeren: een spectrogram. Bij een spectrogram wordt de tijd tegen de frequentie uitgezet. Vervolgens worden kleurtjes gebruikt om de sterkte van die frequentie aan te geven. Het lijkt een beetje alsof je van boven op de fourieranalysen van elk moment van de meting kijkt.
In het spectrogram is wel te zien wat een phaser doet. Je ziet beneden in het spectrogram drie gele lijnen lopen. Dat zijn is de grondtoon en de eerste 2 boventonen. Deze lijnen zijn ongeveer recht. Echter wanneer de V-vormige gele gloed daarbij in de buurt komt wordt die iets lager. Die V-vormige gele gloed geeft aan dat de phaser eigenlijk een voor een boventonen versterkt. Hij begint beneden bij de grondtoon, en vervolgens gaat hij naar boven, terwijl hij boventoon na boventoon versterkt. Dat doet hij tot de boventoon bij ongeveer 2300Hz en vervolgens gaat hij weer naar beneden. Op die manier wordt dit effect bereikt.
Nu we dit weten kunnen we kijken of we dat terugzien in de sinusoïde van de phaser. Zo te zien wel. Je ziet dat je eerst vrij weinig kleine puntjes daarin hebt. Dan zijn de lage frequenties dus sterker aanwezig dan de hoge. Later in de golf zie je dat juist de hoge weer meer aanwezig zijn. Je ziet dat de sinus-achtige vorm veel meer verstoort wordt door allemaal kleine piekjes.