
Als je luistert naar een gitaar en een basgitaar valt natuurlijk meteen op dat de basgitaar veel lager klinkt dan de gewone gitaar. Dat blijkt ook duidelijk uit de fourier analyses die we hebben uitgevoerd. Je ziet dat de laagste piek bij de basgitaar bij 54Hz ligt. Dat is bijna de A1 (55Hz). Blijkbaar was de basgitaar niet helemaal goed gestemd. De A1 ligt één octaaf lager dan de eerste piek in de fourier van de elektrische gitaar. Ook zie je dat de basgitaar meer boventonen heeft. Dit heeft alles te maken met de grondtoon. De boventonen zijn immers veelvouden van de grondtoon en binnen het gebied van de fourier analyse passen meer veelvouden van 55Hz dan van 110Hz.
Er zijn echter ook veel overeenkomsten tussen de fourier analyses. Dat was ook wel te verwachten. De sinusoïden van beide instrumenten lijken erg op elkaar. In de fourier uit zich dit: De pieken zijn ongeveer even breed en de boventonen verzwakken ongeveer even snel. Dat is ook wel logisch. De bouw van beide instrumenten is vrijwel identiek. De basgitaar heeft wel wat dikkere snaren, en heeft er ook maar vier. Maar ze hebben beide een houten body, een hals, en elementen om de trillingen van de snaren om te zetten in elektrische signalen en naar de versterker te sturen. Ook gaat het aanslaan op beide instrumenten ongeveer op dezelfde plek op de snaar en op dezelfde manier.
De hoogte van de tonen is hier dus de enige significante invloed op de klankkleur. De klanken zijn dan ook bijna identiek als je de toon zou verhogen bij de basgitaar door bijvoorbeeld hoog op de hals te spelen.