Materialen en bouw
De bouw van een elektrische gitaar doet sterk denken aan die van een akoestische. Ze hebben allebei min of meer dezelfde vorm (alhoewel de akoestische gitaren wat rondere vormen hebben), Ze hebben allebei een hals met snaren daarover gespannen die onder vastzitten aan een brug, en boven aan de stemmechanieken, en ze zijn allebei grotendeels van hout gemaakt. Er zijn wel een paar verschillen die opvallen. Om te beginnen natuurlijk het feit dat de akoestische gitaar een klankkast heeft, en de body daarvan is dus veel dikker dan die van een elektrische gitaar. Deze klankkast is vervangen door de "elementen". Die zetten de trilling van de snaren om in elektrische signalen. Ik zal daar zo verder op in gaan. Een ander verschil zijn de knopjes op de gitaar. Daarmee kun je het volume afstellen, de hoge en lage tonen instellen, en kiezen welk(e) element(en) je wilt gebruiken. En je hebt nog de tremolo-arm. Daarmee kun je de brug een beetje bewegen. Dat verhoogt de spanning op de snaren, en dus de toonhoogte. Door eraan te trekken wordt de toon hoger, en door erop te duwen wordt die lager.
Manier van ontstaan van de geluidsgolf
Ook hier ontstaat het geluid doordat de snaren worden aangeslagen en een staande golf gaan vormen.
Manier van versterken van het geluid
Om het geluid van een elektrische gitaar te versterken is het noodzakelijk om eerste de beweging van de snaren om te zetten in elektrische pulsen. Dit doen de elementen. De elementen bestaan uit een aantal vaste magneten met daaromheen een spoel. Als de snaar gaat trillen manipuleert hij het magnetisch veld dat de vaste magneten uitzenden. Dat kun je in dit plaatje goed zien.
Door die verandering ontstaat een fluxverandering in de spoel. Daardoor ontstaat er een spanning in de snaar. Zo kan de trilling dus gemakkelijk worden omgezet in een elektrisch signaal. Dat elektrisch signaal is natuurlijk erg zwak en moet dus eerst naar een versterker gestuurd worden. Vaak wordt tussen de gitaar en de versterker nog een effectpedaal aangesloten. Deze manipuleert de elektrische signalen die uit de gitaar komen voordat zij versterkt worden.
In versterker wordt een transistor gebruikt om de kleine spanning die de elementen op wekt om te zetten tot een veel grotere spanning, groot genoeg om een luidspreker te laten trillen, en zo ontstaat ook het geluid.
De positie van de elementen heeft een redelijk grote invloed op de klankkleur van het geluid. Als je het element dicht bij de brug zet, dan zit je ook dicht bij de knoop van de grondtoon. De trillingen van de grondtoon zijn daar dus een stuk minder dan in het midden van de snaar. Je zult daar dus meer boventonen, en dus een andere klankkleur krijgen dan als je het bovenste element pakt. Je kunt dit bedienen met de element wisselaar. Je kunt ook meerdere elementen combineren. Dit veroorzaakt dus ook het verschil met klank tussen een elektrische en een akoestische gitaar. Bij een elektrische gitaar heb je meer de trilling van een punt dan bij een akoestische. Bij beide gitaren gaat het echter wel gewoon om dezelfde frequenties van de boventonen.